6 Startmateriaal gereedmaken

Zoals in hoofdstuk al gezegd hangt het gebruikte startmateriaal af van het type start waar i.o.m. de wedstrijdleiding voor is gekozen:

  1. Gewoon pistool met patronen (meegenomen door de starter) in combinatie met een microfoon (=startsensor)
  2. Akoestisch pistool in combinatie met een megafoon (‘starttoeter’)
  3. Akoestisch pistool in combinatie met een set van luidsprekers achter de startblokken In alle drie gevallen wordt het signaal van het startpistool wordt door een startzender die de starter bij zich heeft draadloos verzonden naar een ontvanger die op de camera is gemonteerd.

6.1 Gewoon pistool met patronen

image-1793291030482.png Dit is de ‘oude’ manier van starten die we op Maarschalkerweerd en Overvecht niet meer toepassen, maar op sommige andere locatie nog wordt gebruikt. De starter neemt zijn pistool en patronen mee, wij leveren het materiaal dat de knal omzet in een signaal dat naar de camera wordt verzonden. Dat materiaal omvat een microfoon (=startsensor), een klip om de sensor op het pistool vast te maken, een startkabel en een startzender.

  1. De sensoren zitten in een plastic doos in één van de kisten. Zorg tevoren dat je er meerdere bij je hebt.image-1793291086514.png

  2. Verbind sensor en startkabel (xlr-aansluiting, het ene uiteinde van de startkabel).

  3. Bescherm bij regenachtig weer de sensor tegen regen met een plastic hoesje (bijv. de vinger van een plastic handschoen).

  4. Plaats de sensor in de klip en vervolgens op het pistool.

  5. Verbind startkabel en startzender met de bananenstekker; gebruik daarvoor het zwarte en groene gat onderaan de zender (NB: sommige startkabels hebben geen groene maar een rode bananenstekker; toch in de groene poort steken!).image-1793291100721.png

  6. Monteer de antenne aan de bovenkant van de startzender .

  7. Zet de startzender aan via de groene aan/uitknop recht onderaan. Bij het opstarten geeft de startzender enkele pieptonen. Controleer de batterijstatus, door nogmaals kort op de aan-uit-knop te drukken. In het display is dan status van de batterij af te lezen. Deze mag niet lager zijn dan +/- 60%. Zo nodig even snel opladen (in +/- 30 minuten). De oplader ligt in een van de grijze boxen.

  8. Met de knop linksboven (afgeplakt) kun je een proefstart maken. D.w.z. je verzendt daarmee een startsignaal, dat ervoor zorgt dat de tijd gaat lopen. Hiermee kun je controleren of de startzender en -ontvanger werken. Ongeveer 2 tot 3 seconden na een startsignaal hoor je in de zender een zachte piep, deze piep geeft aan dat de zender in principe werkt. Je kunt ook checken of de tijdklok op de kar is gaan lopen.

    Opm 1: Omdat bij deze methode het pistool door de starter wordt meegebracht, gebeurt de aansluiting ervan altijd in aanwezigheid, en met hulp van de starter, die normaal gesproken ervaring heeft met dit systeem.

    Opm 2: De groene knop rechtsboven herhaalt het vorige startsignaal. D.w.z. dat de zender het tijdstip van de laatste start nogmaals verzendt naar de software. Dit kan nodig zijn als er een storing is opgetreden waardoor dat startsignaal niet was aangekomen. De starter moet dit alléén doen op ons verzoek in noodgevallen.

Los van dit startmateriaal heeft starter nog een geluidsinstallatie nodig om zijn instructies aan de atleten te versterken. Hiervoor kan een headset worden gebruikt, in combinatie met een megafoon. Een andere versterker is ook mogelijk. Overleg hierover tevoren met de wedstrijdorganisatie of zij dit regelen, of wij. Als wij dat verzorgen moet je uiteraard een headset meenemen met de juiste pluggen voor de meegenomen megafoon.

6.2 Akoestisch pistool en megafoon

Dit systeem gebruiken we meestal bij jeugdwedstrijden en clubkampioenschappen. Het pistool produceert een startsignaal en geeft tegelijkertijd een knal of piep dat door de megafoon wordt versterkt. Het systeem bestaat uit vier componenten: pistool, startzender, megafoon plus accu en headset. De eerste drie worden gekoppeld door een speciaal daarvoor gemaakte verbindingsdoos. image-1793291275653.png

  1. Startpistool aanzetten. De aan-uit-schakelaar van het pistool heeft drie standen. Onderste stand is uit, midden levert een piepsignaal en de bovenste een knal. Bovenop het startpistool zit een compartiment voor AA-batterijen. Het startpistool is voorzien van een oranje lampje dat brandt als het pistool klaar is voor een start. Gaat dit niet aan, dan moeten de batterijen worden vervangen. Voorin de loop zit een lamp die opflitst bij een startschot en zo het vuur uit de loop van een gewoon pistool nabootst. Toeschouwers kunnen deze flits gebruiken om de start van een race te klokken.

  2. Startpistool aansluiten met de startkabel. De startkabel heeft aan de ene kant een xlr-stekker die onderin de verbindingsdoor gaat. Het andere einde is een bruine plug die je onderin het pistool steekt en vastschroeft. image-1793291343090.pngimage-1793291364529.pngimage-1793291371970.png

  3. Zet de startzender aan via de groene aan/uitknop recht onderaan. Bij het opstarten geeft de startzender enkele pieptonen. Controleer de batterijstatus, door nogmaals kort op de aan-uit-knop te drukken. In het display is dan status van de batterij af te lezen. Deze mag niet lager zijn dan +/- 60%. Zo nodig even snel opladen (in +/- 30 minuten). De oplader ligt in een van de grijze boxen.

  4. Met de knop linksboven (afgeplakt) kun je een proefstart maken. D.w.z. je verzendt daarmee een startsignaal, dat ervoor zorgt dat de tijd gaat lopen. Hiermee kun je controleren of de startzender en -ontvanger werken. Ongeveer 2 tot 3 seconden na een startsignaal hoor je in de zender een zachte piep, deze piep geeft aan dat de zender in principe werkt. Je kunt ook checken of de tijdklok op de kar is gaan lopen.

  5. Sluit de megafoon aan op de verbindingsdoos via een (gele of zwarte) kabel met xlr-stekkers aan beide zijden. De gele kabel is korter en geeft een betere geluidskwaliteit. De zwarte is langer en biedt dus de starter de mogelijkheid iets verder van de megafoon te gaan staan.

  6. Plug de accu achterin de megafoon. Deze accu stop je in een tasje dat aan het statief van de megafoon komt te hangen. Aan de bovenkant van de megafoon zit een volumeknop die indoor op 5 en outdoor op 7 moet staan. NB: deze is afgeplakt ter bescherming tegen regen. image-1793291405139.pngimage-1793291410212.pngimage-1793291416844.png

  7. Plug de headset voor de starter onderin het pistool, naast de startkabel. image-1793291436655.pngimage-1793291442240.png

6.3 Akoestisch startpistool met luidsprekers

Dit gebruiken we vooral bij grotere wedstrijden (Track-Meetings) op Maarschalkerweerd. Elders kan ook, maar het vervoer is dan een aandachtspunt. Het systeem heeft vier speakers die achter de startblokken kunnen worden geplaatst. Dit zit in twee kisten die met een bijbehorend karretje worden vervoerd. image-1793291503482.png Het systeem bestaat uit twee hoofdonderdelen:

  1. De starterskist (pistool, startzender, etc.)
  2. De geluidskist (luidsprekers, ontvanger en aansluitmateriaal)

6.3.1 Aansluiten starterskist

image-1793291558414.png• Startzender en pistool. De dubbele bananenstekker van de startkabel gaat onderin de startzender. De rode sensor op de connector moet worden verwijderd. De connector klik je aan de connector van de kabel die onderaan het pistool is geschroefd. • Pistool en 2e zender. De plaats van de megafoon wordt nu ingenomen door een klein zendertje voor het geluidssignaal. De kabel onderaan het pistool heeft een aftakking met bananenstekker. Die plug je in het zendertje. • De headset voor de starter wordt met een bananenstekker onder het handvat van het pistool geplugd. • Zet beide zenders aan, en stop ze in het starterstasje.

6.3.2 Aansluiten luidsprekerskist

image-1793291588862.pngIn deze kist zijn de meeste onderdelen al aangesloten: • een ontvanger van het (draadloze) startsignaal, met daarop een volumeregelaar • Een versterker met reserve-zekering (geplakt op versterker). • Een accu (met reserve accu), die het systeem van stroom voorziet)

Sluit de vier luidspreker (met de twee korte en twee lange kabels) aan op de aansluitpunten aan de buitenkant van de kist, en zet ze aan met een aan-uitknop, die ook aan de buitenkant van de kist zit.

6.4 Proefstart

Een proefstart is een test of het systeem naar behoren reageert op een startschot. D.w.z. dat het systeem het startsignaal ontvangt en de tijdklok en windmeting in werking zet. Een proefstart doe je nadat het startmateriaal is aangesloten, maar kan ook tijdens een wedstrijd, bijvoorbeeld voor aanvang van een nieuwe loopafstand, als het startersmateriaal is verplaatst.

Zorg dat de tijdklok op 0 staat. Dat kan door te klikken op het icoon ‘nieuwe serie’ image-1793291631472.png.

Zorg bij de instellingen dat de wind wordt gemeten. Ga naar Bestand > Opties > Tabblad Windmeter en kies bij ‘standaard mode’ voor een sprintonderdeel (bijv. 100m).

Gebruik het startpistool om een startschot te geven. Buiten moet je nu kunnen zien dat de tijdklok op de jurykar is gaan lopen. Op de laptop wordt de lopende tijd weergegeven met daarnaast de tekst Running’

In de camera-informatiezone moeten de waarden van de windmeting te zien zijn.

6.5 Nulstart

Een nulstart (ook: nultest of zero-gun-test) is een test of het systeem exact nauwkeurige finishtijden genereert. Zo’n nulstart is een verplicht onderdeel van de voorbereidingen. Hij moet in samenspraak met de scheidsrechter lopen worden uitgevoerd en worden opgeslagen als bewijs dat de apparatuur geijkt was tijdens de wedstrijd.

Bij de nulstart wordt een situatie gecreëerd waarin starttijd en finishtijd samenvallen. Daarvoor wordt het startpistool afgeschoten terwijl het zich op de finishlijn bevindt. De flits uit het pistool is te zien op de finishfoto en kan worden ‘geklokt’. Het startpistool produceert een starttijd en met de finishfoto kan een eindtijd worden vastgesteld. Het verschil tussen deze twee tijden moet minder dan 0,001 seconde zijn.

Het uitvoeren van een nulstart vereist ervaring met de standaardhandelingen van de ET tijdens een serie (hoofdstuk 10) en bij het vaststellen van de uitslag (hoofdstuk 11). Het onderstaande veronderstelt dus dat je die handelingen beheerst.

Zorg dat bij Opties-> Tabblad Resultaten de nauwkeurigheid ‘Duizendsten’ staat.

Open een nieuwe serie en noem deze ‘nulstart + [datum vandaag]’. Klik op Event > Zero gun test . Er verschijnt een pop-up venster met knoppen om de opname te starten en te stoppen. De starter moet op de finishlijn gaan staan met het gezicht naar de camera, het pistool voor zich boven de finishlijn houden, licht heen en weer bewegen (om de ACM te activeren). Klik nu in het pop-up-venster op de startknop (=camera aan), laat de starter schieten en klik meteen na het schot op de stop-knop (=camera uit). image-1793291718240.png

Op de finishfoto die nu is aangemaakt is de lichtflits van het akoestische pistool te zien als een verticale lijn, of de rookpluim uit het gewone pistool als een lichte vlek.

rookpluim uit gewoon pistool lichtflits uit akoestisch pistool

Zet de vergroting op 400%. Aan het begin van de rookpluim zie je een paar gekleurde streepjes. Zet de haarlijn op de gekleurde strepen naast de rookpluim, of op de lichtflits en enter de gemeten tijd. Deze wordt zichtbaar in de werkbalk boven de foto en moet 0,001 of lager zijn. Sla het bestand op.