handleiding finishlynx/04 de camera uitlijnen.md ..
@@ 28,10 28,14 @@
8. Scherpstellen met H en K. Het scherpstellen wordt ondersteund door een ‘focushelper’ boven het 2D-beeld. Hoe hoger het daar getoonde getal, hoe scherper het beeld. Je kunt ook een bordje met een scherpsteltekst midden op de baan plaatsen als hulp bij het scherpstellen. 
Tip: stel scherp met autodiafragma uit (zie § 3.3.2) en de diafragma zo open mogelijk (zie hieronder); Als dat overbelichting oplevert, pas dan tijdelijk het aantal beeldjes per seconde aan (zie § 3.2.2). Na het scherpstellen die oude instellingen weer terugzetten.
-
9. Zet met de knoppen bovenin het scherm het 2D-beeld uit en het 1D-beeld aan. In de finishfoto die nu wordt opgebouwd moeten de banen duidelijk van elkaar onderscheiden zijn door zwarte horizontale lijnen (= het 1D-beeld van de zwarte blokjes tussen de banen). Is dat niet het geval, dan moet je verder finetunen via het paneel met uitlijntoetsen. 
-

-
Als de camera is uitgelijnd, moeten nog de baannummers aan de banen op het scherm worden gekoppeld. In de verticale balk links in het scherm zijn de baannummers zichtbaar. Als het goed is klopt het aantal en de volgorde van de nummers. Zo niet dan moet je dat in tabblad _Setup_ nog even aanpassen (zie § 3.3.1).
+
9. Zet met de knoppen bovenin het scherm het 2D-beeld uit en het 1D-beeld aan. Als niet alle banen in beeld komen, klik op de plus bovenin het beeld terwijl je de shift-toets ingedrukt houdt. In de finishfoto die nu wordt opgebouwd moeten de banen duidelijk van elkaar onderscheiden zijn door zwarte horizontale lijnen (= het 1D-beeld van de zwarte blokjes tussen de banen). Is dat niet het geval, dan moet je verder finetunen via het paneel met uitlijntoetsen. 
10. Aan dit 1D-beeld krijg je bovendien nog beter te zien hoe linker of donker de finishfoto wordt. Laat iemand door de finish lopen, en je krijgt ook te zien of kleuren kloppen. Zie niet, dan kun je nog wat sleutelen aan de camera-instellingen: witbalans en gamma op tabblad Setup, § 3.3.1, gain op tabblad parameters, § 3.3.2.
+
### 4.3 Uitlijnen van de baannummers
+
Als de camera is uitgelijnd, moeten nog de baannummers aan de banen op het scherm worden gekoppeld. In de verticale balk links in het scherm zijn de baannummers zichtbaar. Als het goed is klopt het aantal en de volgorde van de nummers. Zo niet dan moet je dat in tabblad _Setup_ nog even aanpassen (zie § 3.3.1).
+

De nummers van de banen moeten vaak nog (ongeveer) bij de juiste baan worden gezet. Dit doe je door met de muisaanwijzer de horizontale scheidslijntjes tussen de baannummers naar onder of boven te verplaatsen. Bedenk dat de onderste baan (meestal baan 1) vaak slechts als een kleine streep onder de laagste zwarte lijn zichtbaar is. Zorg er niettemin voor dat de zone voor baan 1 groot genoeg is om er later, bij de uitslagbepaling, op te kunnen klikken.
 Dit koppelen van banen en nummers is eenvoudiger als je het 2D beeld van de camera activeert in plaats van het 1D-beeld.