handleiding finishlynx/09 finishlynx klaarzetten voor een looponderdeel.md ..
@@ 1,1 1,49 @@
# 9 FinishLynx klaarzetten voor een looponderdeel
+
+
Als alle apparatuur is aangesloten, de camera uitgelijnd, de FinishLynx software draait en de synchronisatie met het wedstrijdsecretariaat via atletiek.nu resp Seltec, en met de EUT-website op orde is, zijn we klaar om de wedstrijd te beginnen.
+
+
Maar enkele instellingen van FinishLynx variëren per looponderdeel. Deze instellingen, die ook _tijdens_ een wedstrijd moeten worden aangepast, bespreken we in dit hoofdstuk. De belangrijkste wijzigingen treden op bij wisseling tussen _korte_ loopnummers (die in banen finishen) en _langere_ nummers waar alle atleten in de binnenste banen finishen. Voor de korte loopnummers geldt bovendien dat de instellingen voor de windmeting kunnen variëren per onderdeel.
+
+
### 9.1 Windmeter-instellingen
+
Voor elk onderdeel moet in de software worden ingesteld vanaf welk moment wordt gemeten en hoe lang, conform de voorschriften van het wedstrijdreglement (art. 163,12 en 521). Bij onderdelen t/m 110H wordt gemeten vanaf het startschot. De duur van de meting is als volgt:
+
- 60m, 80m, 100m en 60mH: 10 seconden
+
- 80mH, 100mH en 110mH: 13 seconden
+
- Bij de onderdelen 150 en 200 wordt 10 seconden lang gemeten _vanaf het moment dat de eerste loper het rechte eind bereikt_ .
+
- Bij onderdelen langer dan 200 meter is er géén windmeting
+
+
Als de wedstrijd met atletiek.nu of Seltec werkt, worden die instellingen _automatisch_ aangepast voor elke serie die wordt gelopen. Na het laden van een nieuwe serie kun je in de wedstrijdinformatiezone checken hoe de windmeting staat ingesteld.
+

+
+
Is de windmeting niet automatisch al goed ingesteld, dan kun je dat zelf doen via Opties > Tabblad Windmeter (zie § 5.7). **De gekozen instelling geldt voor alle volgende series**, totdat deze instelling wordt veranderd.
+
+
Selecteer in het tabblad Windmeter in het pull-down-menu achter ‘Standaardmode’ het juiste loopnummer. Bij enkele onderdelen (100m, 100mH en 110mH) worden het correcte aantal seconden na het startschot en tijdsduur van de meting dan al ingevuld. 
+
+
Bij de 150m en 200m moet volgens het reglement de meting worden gestart als de eerste loper het rechte eind bereikt. Om dit mogelijk te maken moet de standaardmode worden ingesteld op ‘Handstart’ (of ‘Manual’). Bij deze modus gaat de windmeting pas lopen wanneer je zelf het commando geeft. Dit kan via de toetscombinatie Alt-W. Uiteraard betekent dit dat je tijdens een serie extra alert moet zijn. Zet in deze series éérst de camera aan, en wacht vervolgens het juiste moment af om de windmeting te starten.
+
+
De optie ‘handstart’ moet je ook aanvinken bij de lange loopnummers, waarbij je juist _geen_ wind hoeft te meten.
+
+
### 9.2 Korte loopnummers
+
Voor de korte loopnummers moeten de volgende instellingen gelden:
| Uitslagverwerking op hoofdlaptop | File > Options > Tabblad Database (zie § 5.5)<br>Write Lif File: kies ON; klik op OK |
+
| Venster-layout | File > Options > Tabblad _Event_ (zie § 5.2)<br>Venster layout optie 1 of 2. Optie 2 geeft minder ruimte voor de lijst<br>met atleten en meer voor de fnishfoto. Indoor is 2 het handigst.<br> |
+
| Windmeting | Wordt meestal automatisch aangepast aan het looponderdeel. Zo <br>niet:<br>File > Options > Tabblad _Wind_ (zie § 5.7)<br>Kies achter ‘standaardmode’ de instellingen zoals hierboven<br>uitgelegd; klik op OK<br> |
+
| Klok stopt bij fnish | File > Options > Tabblad _Scoreboard_ (zie § 5.6) <br>Selecteer de bovenste klok in de rij (‘ETU’)<br>Kies achter ‘Stoppen’ voor_fnish_ en vink alle andere opties in die regel<br>uit; klik op OK.<br>NB: bij meerdere klokken nadenken of die andere klokken ook<br>moeten stoppen of pauseren.<br> |
+
| IndentityLynx uit | Ga naar het Hardware Control Window (Alt-F1 of Window >Camera <br>Settings)<br>Klik in de cameraregel**_van de IndentyLynx_** op het vak onder ‘Capture’,<br>tot daar het woord ‘no’ staat. NB: het aanlaten van de IdentityLynx bij<br>korte onderdelen is geen probleem, maar verkleint de ruimte voor de<br>fnishfoto op je beeldscherm.<br> |
+
| Uitslagen koppelen aan banen (niet aan startnummers) | Ga naar het Event Window. Dit kan door een serie te openen. Klik op <br> onder de menubalk voor een lege serie, of via Venster op een al<br>geladen serie.<br>In de werkbalk van de beeldzone vind je een knop die de<br>identifcatiewijze aangeeft:<br> = atleet wordt geïdentifceerd door het startnummer<br> = atleet wordt geïdenticeerd door het baannummer<br> = atleet wordt geïdentifceerd door het licentienummer<br> = geen identifcatie binnen FinishLynx.<br>Tussen deze vier opties wordt geswitcht als je erop klikt. Kies |
+
a
+
+
### 9.3 Lange loopnummers
+
Voor de lange loopnummers moeten de volgende instellingen gelden:
| Uitslagverwerking op 2e laptop | Alleen als de uitslagen verwerkt worden op de 2e laptop (zie §<br>11.4):<br>File > Options > Tabblad Database (zie § 5.5)<br>Lif-bestand opslaan: kies UIT; klik op OK |
| Windmeting | Wordt voor wedstrijden met atletiek.nu automatisch aangepast aan <br>het looponderdeel. In andere gevallen:<br>File > Options > Tabblad_Wind_ (zie § 5.7)<br>Kies achter standaardmode voor <handmatig>. Klik op OK.<br> |
+
| Klok pauzeert bij fnish en loopt vervolgens door | Bestand > Opties > Tabblad _Scoreboard_ (zie § 5.6) <br>Selecteer de bovenste klok in de rij (‘ETU’)<br>Kies achter ‘Stop’ voor_pause_ en vink alle andere opties in die regel uit;<br>Klik op OK.<br>NB: bij meerdere klokken nadenken of die andere klokken ook<br>moeten stoppen of pauseren.<br> |
+
| IndentityLynx aan | Ga naar het Hardware Control Window (Alt-F1 of Window >Camera <br>Settings)<br>Klik in de cameraregel**_van de IndentyLynx_** op het vak onder ‘Capture’,<br>tot daar het woord ‘ja’ staat.<br> |
+
| Extra deelscherm in de beeldzone | Ga naar het Event Window. Dit kan door een serie te openen. Klik op <br> onder de menubalk voor een lege serie, of via Venster op een al<br>geladen serie.<br>Als het goed is deelt nu de_beeldzone_ zich nu in twee blokken naast<br>elkaar: één voor de FinishLynx (links) en één voor de IdentityLynx<br>(rechts). Voor lange loopnummers willen we nog een_derde blok_over<br>de volle breedte van het scherm.<br>Klik daarvoor**in de wedstrijdinformatiezone** op de naam van de ETU<br>Vision pro 1 camera (=de hoofdcamera). Er verschijnt een pop-up die<br>aangeeft wáár in de beeldzone de fnishfoto komt. Links is al ingevuld.<br>Vink ‘Onder’<br>aan. <br>**NB: FinishLynx onthoudt deze instelling NIET, en dus moet deze**<br>**handeling voor elke serie worden herhaald! Ben je dit vergeten,**<br>**dan kan het ook achteraf nog worden aangepast.** |
+
| Uitslagen koppelen aan startnummers (niet aan banen) | Linksbovenin de twee blokken voor hoofdcamera vind je een knop die <br>de identificatiewijze aangeeft: <br> = atleet wordt geïdentificeerd door via startnummer <br> = atleet wordt geïdenticeerd door baannummer <br> Tussen de opties wordt geswitcht als je erop klikt. Kies . Doe dit voor beide deelvensters. |